|
|
Zin en onzin van onder water zetten
Door de eenzijdige informatie van de provincie en het hoogheemraadschap
ontstaat bij sommigen het beeld dat nieuwe plannenmakerij onontkoombaar is.
Dit is onjuist. Sterker nog, wij hebben de afgelopen maanden veel vergaderd
met de ingenieurs en de waterspecialisten van de overheid en dit leverde
voldoende informatie op om te kunnen stellen dat er geen noodzaak en
urgentie voor nieuwe plannenmakerij is. Nieuwe plannenmakerij wordt dus
niet gelegitimeerd door vermeende waterproblemen.
Stellingen
Als we niets doen blijft onze polder gewoon droog.
Het is onzin om te stellen dat als we niets doen de polder verzuipt. Ja,
als we de pompen uitzetten dan verzuipt de polder maar dat doen we ook niet
in de rest van Nederland. Anders verzuipt eenderde deel van Nederland.
Vrijwel het gehele westelijke gedeelte van ons land bestaat uit polders
waar pompen het waterpeil kunstmatig in stand houden.
Onze polder blijft geschikt om in te wonen, te werken en te
ondernemen.
De bewoners en ondernemers van de polder zijn gelukkig. Er staat vrijwel
nooit een huis te koop en als dat zo is, is het erg duur. Blijkbaar wil men
heel graag in de polder wonen. Er zijn ook veel rendabele boerenbedrijven
en waar dat niet zo is moet dat zijn eigen autonome ontwikkeling krijgen.
Wel zijn de bewoners en ondernemers de continue plannenmakerij zat.
Onze polder heeft niets te maken met een stijging van de zeewaterspiegel
of klimaatsverandering.
Op welke manier het klimaat verandert is ook voor wetenschappers onduidelijk,
dus daar hebben we niet zo veel aan. De zeewaterspiegel stijgt en om dat op
te vangen moeten de dijken (zeekeringen) op lange termijn verhoogd worden.
Het onder water zetten van een polder helpt niets tegen de zee.
Onze polder is niet het brandpunt van problemen.
Duurzaam waterbeheer is aan de orde in elke polder in Nederland en daar
gaan we zeker niet consequent mee om. De diepste polder van Nederland, de
Zuidplaspolder bij Gouda, wordt met een grote nieuwe woonwijk bebouwd.
Waterbeheer is daar blijkbaar minder belangrijk dan een nieuwe woonwijk in
het Groene Hart. Dit terwijl bebouwing en verharding (door straten) de
waterhuishouding juist bemoeilijken. In De Ronde Venen speelt waterbeheer
in meerdere polders waaronder Wilnis Veldzijde, Groot Mijdrecht Zuid en
Groot Mijdrecht Noord. Het is goed te bedenken dat de laatste twee polders
samen één polder zijn. Op het gebied van waterbeheer is er geen verschil.
Gaan we dan de één (Groot Mijdrecht Zuid) bebouwen met meer bedrijventerrein
en woningen en de ander (Groot Mijdrecht Noord) onder water zetten?
De toekomst van onze polder gaat de hele gemeente aan.
Het zou lichtzinnig zijn te bedenken dat we ‘er zijn’ met het onder water
zetten van Groot Mijdrecht Noord. De aanliggende polders en woonwijken
zoals Veenzijde zullen hier de (onprettige) consequenties van ondervinden,
zoals een toename van de kwel. Op termijn zal dan ook van deze polders de
toekomst ter discussie gesteld worden. Waar eindigt dit dan voor onze gemeente,
in een ‘Groot Loosdrecht’?
Er zijn geen nieuwe ontwikkelingen of wetten die het onder water zetten
legitimeren.
Toen de beleidsmakers het Plan de Venen ontwikkelden, nu een jaar of 6
geleden, was duurzaam waterbeheer ook al aan de orde. Er zijn in deze periode
geen wetten gemaakt of wetenschappelijke ontdekkingen gedaan of andere
feiten naar voren gekomen die nieuwe maatregelen eisen. Dit wordt ook door
de overheid bevestigd. Er is dus eigenlijk niets nieuws onder de zon.
Het hoogheemraadschap wijst regelmatig naar de nieuwe Europese
Kaderrichtlijn Water die er in 2009 aankomt maar het is volstrekt
onduidelijk wat deze concreet gaat inhouden. Natuurlijk, het is niet te
verwachten dat het waterbeheer van Brussel zo maar overal mag verslechteren
maar dat is in onze polder ook niet aan de orde.
En mocht dat toch aan de orde zijn, dan zal een eventuele verslechtering
gesaldeerd mogen worden met maatregelen ter verbetering elders, zoals bij
de voorgenomen wetgeving luchtkwaliteit.
Duurzaam waterbeheer
Het hoogheemraadschap noemt 4 aandachtspunten ten aanzien van het
waterbeheer in onze polder: waterberging, bodemdaling, de hoeveelheid water
die weggepompt moet worden en de kwaliteit van het weggepompte water. Laten
we die bij de kop pakken.
Onze polder is niet van belang voor waterberging.
De problematiek van waterberging speelt niet of nauwelijks in De Ronde
Venen. Logisch, er zijn geen grote landelijke rivieren die plotseling veel
water kunnen aanvoeren. Bovendien is de omgeving nauwelijks bebouwd
waardoor veel water goed door de bodem opgenomen kan worden. Daarnaast is
de Ronde Hoep inmiddels aangewezen voor waterberging in geval van nood. Dat
is niet prettig voor de boeren van deze polder maar in ieder geval hoeven
er geen boerenbedrijven voor te verhuizen.
Bodemdaling speelt op de zeer lange termijn.
De bodem in de polder daalt en dat geldt voor alle polders in Nederland.
Als het gebruik van de polder, het klimaat en overige omstandigheden
ongeveer gelijk zouden blijven, dan valt er te berekenen dat in het jaar
2200 – zeg 8 generaties na ons – de bodem 1 meter gedaald kan zijn. Dat is
op zich niet schikbarend. Belangrijker is echter dat niemand met zekerheid
iets over de exacte bodemdaling kan zeggen omdat – en dat is wel zeker – de
omstandigheden over deze termijn zeker zullen veranderen.
De hoeveelheid weg te pompen water neemt niet sterk toe.
Bij een peilverlaging moet meer water weggepompt worden maar het peil in de
polder is echter de afgelopen 30 jaar niet verlaagd. Sterker nog het peil
wordt ter plaatse van een nieuw natuurproject (Waverhoek) in de polder
juist verhoogd. Kwelwater en neerslag blijven vrijwel stabiel of nemen iets
toe. Het wegpompen van water is technisch prima vol te houden, het is in
essentie de historie van ons land.
Vervuild (grond)water is schoon te krijgen.
Overal in het groene hart en het westen van Nederland bevat het kwel- en
grondwater veel fosfaten en nitraten. Als het weggepompt moet worden en in
ander water (de boezem) moet worden ingelaten is het schoon te krijgen door
te filteren of te defosfateren. Dat gebeurt overal in west Nederland. Als u
ergens kraakheldere sloten ziet die krioelen van het leven, is dat meer te
danken aan zuiveringsinstallaties dan aan mestbeleid.
Het hoogheemraadschap heeft aangegeven dat dit punt voor haar eigenlijk het
werkelijke aandachtspunt is. Wij hebben aan het hoogheemraadschap waar de
diepste polder van Nederland ligt (de Zuidplaspolder die bebouwd wordt)
gevraagd hoe zij daar mee omgaan. De Dijkgraaf zei: “Gewoon naar de boezem
wegpompen!”
Conclusies
Er is dus geen enkele reden voor haast.
De genoemde punten zijn allemaal niet urgent, er is dan ook geen reden voor
haast. Sterker nog, er is veel voor te zeggen om een cultuurlandschap dat
meer dan 100 jaar bestaat niet in een besluitvormingsproces van ruim 1 jaar
te vernietigen. Dat zou onherstelbaar zijn.
Het hoogheemraadschap is toch gerechtigd zaken te willen veranderen?
Het is volstrekt legitiem dat het hoogheemraadschap aangeeft niet meer te
willen pompen en niet meer te willen defosfateren. Dat pompen kost elk jaar
geld en dat geld is gemeenschapsgeld waar zorgvuldig mee moet worden
omgaan. Maar ook het onder water zetten van een polder kost geld. De kosten
van het onder water zetten van de polder Groot Mijdrecht Noord kan oplopen
naar € 500.000.000. (Dit is een half miljard euro’s!) En dan hebben we het
nog niet over de maatschappelijke schade die veroorzaakt wordt door het
verdrijven van bewoners en ondernemers van hun huis en haard.
Wat moeten we wel doen?
Deze nieuwe plannenmakerij door de overheid moet direct gestopt worden. Er
is geen legitimatie voor.
Wat we als ondernemers en bewoners van de polder de overheid aanbieden is
met elkaar in gesprek te blijven en onze kennis met elkaar delen in een
nieuw proces met nieuwe uitgangspunten.
Het proces moet in eerste instantie gebaseerd worden op:
A. een heldere en
begrijpelijke probleemstelling. Daar moeten we het met elkaar over eens
zijn. Want als je het niet eens bent over het probleem, word je het nooit
eens over de oplossing.
B. in tweede instantie
moet de overheid aangeven of zij de afspraken uit het Plan de Venen na wil
leven. Want als je het niet eens bent over het kader, word je het evenmin
eens over een oplossing.
C. in derde instantie
kunnen we dan met elkaar oplossingen gaan zoeken die passen bij de
probleemstelling. Wij stellen voor om dan te gaan zoeken naar technische
oplossingen die het bestaande fraaie polderlandschap respecteren.
|